The Roulette Assistant

D'Alembert vs Fibonacci: 200.000 gesimuleerde roulettesessies

D'Alembert en Fibonacci vergeleken met echte cijfers: elk 100.000 gesimuleerde sessies op een wiel met één nul. Winst- en blutpercentages, slechtste sessies, en waarom geen van beide het huisvoordeel verslaat.

De twee systemen in één adem

D'Alembert: De D'Alembert verhoogt de inzet met één basiseenheid na een verlies en verlaagt hem met één na een winst, maar zakt nooit onder de basiseenheid. Het is een veel zachtere trap dan de verdubbelsystemen.

Fibonacci: De Fibonacci loopt na elk verlies de reeks 1, 1, 2, 3, 5, 8, 13 enzovoort omhoog en stapt na elke winst twee plaatsen terug. De inzetten zijn die reeks vermenigvuldigd met je basiseenheid.

De cijfers naast elkaar

Elk 100.000 gesimuleerde sessies, hetzelfde wiel, dezelfde start van 500 punten, dezelfde basisinzet van 5.
D'AlembertFibonacci
Sessies die met winst eindigden54,6%73,8%
Sessies die blut gingen30,4%23,0%
Gemiddeld resultaat per sessie-63,4 punten-29,3 punten
Typisch resultaat (mediaan)+50 punten+75 punten
Slechtste waargenomen sessie-500 punten-440 punten
Gemiddeld totaal ingezet2.318,1 punten1.071,6 punten
Verlies voorspeld door het huisvoordeel62,7 punten29 punten
D'Alembert vs Fibonacci over 200.000 sessies D'Alembert eindigde met winst in 54,6% van de sessies en ging blut in 30,4%, met een gemiddelde van -63,4 punten en een slechtste sessie van -500 punten. Fibonacci eindigde met winst in 73,8%, ging blut in 23,0%, gemiddeld -29,3 punten, slechtste -440 punten. D'Alembert Fibonacci Met winst geëindigd 54,6% 73,8% Blut gegaan 30,4% 23,0% Gemiddeld resultaat, punten -63,4 -29,3 Slechtste sessie, punten -500 -440 Percentages als aandeel van elk 100.000 sessies; puntenbalken tonen de grootte, het teken staat in het label.
De vergelijking in één beeld: hoe vaak elk systeem met winst eindigt of droogvalt, en wat de gemiddelde en slechtste sessies in punten kosten.

Het eerlijke oordeel

Geen van beide systemen verslaat het huisvoordeel, en de tabel laat dat twee keer zien. Het gemiddelde verlies van elk systeem staat naast het verlies dat het huisvoordeel op basis van de eigen inzet voorspelt (62,7 punten voor D'Alembert, 29 punten voor Fibonacci): het wiel nam zijn 1 op 37 van alles wat elk systeem inzette, niet meer en niet minder.

Wat echt verschilt, is de vorm van het risico. Fibonacci eindigde vaker met winst (73,8% tegenover 54,6%). D'Alembert raakte vaker door zijn speelbudget heen (30,4% tegenover 23,0%). Fibonacci verloor gemiddeld minder (-29,3 punten tegenover -63,4 punten), vooral omdat het in totaal minder inzette. Kiezen tussen beide is kiezen welke soort slechte dag je liever hebt, niet welk systeem wint.

Veelgestelde vragen

Wat is beter, D'Alembert of Fibonacci?

Geen van beide. Op de lange duur eindigden ze allebei met een gemiddeld verlies dat overeenkomt met het huisvoordeel toegepast op wat ze inzetten (-63,4 punten tegenover -29,3 punten per sessie). Ze verschillen in de vorm van het risico. Fibonacci eindigde vaker met winst (73,8% tegenover 54,6%), terwijl D'Alembert vaker blut ging (30,4% tegenover 23,0%). Kies, als je al kiest, op basis van welke slechte dag je liever zou hebben.

Kan ik twee systemen combineren om het wiel te verslaan?

Nee. Elke mix van twee systemen is nog steeds een reeks inzetten op een wiel dat 1 op elke 37 ingezette punten inhoudt, dus de combinatie verandert de vorm van je resultaten, nooit hun langetermijngemiddelde. Dat is precies wat onze cijfers naast elkaar voor elk systeem afzonderlijk laten zien.

Test ze allebei zelf

In het Lab van de app draai je beide systemen met je eigen budget, basisinzet en rondes, op virtuele punten. Zie de slechte dag van elk systeem zelf gebeuren in plaats van ons op ons woord te geloven.

Test D'Alembert Test Fibonacci Alle strategieën